Zoeken
Sluit dit zoekvak.

Welke rechter mag oordelen over masters, moddergooien en Modern Entertainment?

Deze zaak tussen Modern Entertainment en een Noorse zangeres en haar partner gaat in de kern over de vraag wie precies als “producent van fonogrammen” kan worden aangemerkt en daarmee dus het uitsluitend recht heeft om toestemming te verlenen voor onder meer het exploiteren van de masters in een muziekcatalogus. In dat kader worden er ook vorderingen ingesteld die toezien op het stoppen van het (vermeend) onrechtmatig gebruik van de muziekcatalogus waar die fonogrammen toe behoren. Maar voordat er aan die vraag wordt toegekomen, moeten er eerst wat formele hobbels worden genomen en incidenten worden beoordeeld.

Last but zeker not least; vergoeding van schade en de proceskostenveroordeling op grond van artikel 1019h van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv“). Dit artikel bepaalt dat de ‘verliezer’ in geschillen over intellectueel eigendom de proceskosten, inclusief de juridische kosten van de ‘winnaar’ moet betalen. Dat loopt wel via zogenaamde “indicatietarieven”, maar die tarieven zijn flink hoger dan de normale “liquidatietarieven”, die gelden bij gewone, niet-IE-zaken. Laten we daarmee beginnen.

Indicatietarieven IE

Sinds 1 februari 2026 gelden er nieuwe, geïndexeerde ‘indicatietarieven’ voor zaken over intellectueel eigendom. Deze tarieven vormen een leidraad voor de rechter als het aankomt op kostenvergoedingen in IE-zaken. In niet-IE-zaken krijg je lang niet alle proces- en dus juridische kosten terug. Bij IE-geschillen ligt dat anders. Er wordt daarbij een onderscheid gemaakt tussen rechtbank en gerechtshoven (voor hoger beroep) en tussen octrooizaken en andere IE-rechtszaken.

Indicatietarieven rechtbanken IE-zaken

De staffels zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, gekoppeld aan de complexiteit van de zaak:

Categorie I. Kort geding

a. zeer eenvoudig: liquidatietarief (gebaseerd op een puntensysteem en gekoppeld aan de waarde van de zaak)

b. eenvoudig: maximaal € 7.200

c. normaal: maximaal € 18.000

d. complex: maximaal € 30.000

Categorie II.a Bodemzaken

a. zeer eenvoudig: liquidatietarief

b. eenvoudig: maximaal € 9.600

c. normaal: maximaal € 21.000 (t/m mondelinge behandeling of re- en dupliek) maximaal € 24.000 (na aanvullende akte-/conclusiewisseling en/of mondelinge behandeling)

d. complex: maximaal € 42.000 (t/m mondelinge behandeling of re- en dupliek) maximaal € 48.000 (na aanvullende akte-/conclusiewisseling en/of mondelinge behandeling)

Categorie II.b Incidenten in bodemzaken

a. zeer eenvoudig: liquidatietarief

b. eenvoudig: maximaal € 1.200

c. normaal: maximaal € 3.000

d. complex: maximaal € 6.000

Dit zijn dus de maximale vergoedingen waartoe je als verliezende partij in een IE-zaak kan worden veroordeeld, uitzonderingen daargelaten. Let wel; deze kosten komen bij de kosten die je als ‘verliezer’ aan je eigen advocaat moet betalen. De kosten moeten wel worden aangetoond en in redelijkheid zijn gemaakt, maar de genoemde bedragen vormen wel een redelijke richtlijn voor wat een procedure zo kan kosten.

Argumenten van Modern Entertainment

Maar goed; terug naar de zaak. Modern Entertainment legt aan de vorderingen ten grondslag dat zij sinds 1 augustus 2022 mastereigenaar is van de catalogus van een Noorse zangeres. De partner van de zangeres is samen met de zangeres, bestuurder van een gezamenlijke BV.

Geen mastereigenaar

Deze BV maakt volgens Modern Enterintament sinds juni 2024 inbreuk op ‘haar’ muziekcatalogus door deze te verwijderen van Spotify, Apple Music, Amazon Music en YouTube en andere digital service platforms (DSP’s), door zich als eigenaar van de catalogus aan te merken bij deze DSP’s en de catalogus zelf te exploiteren via DSP’s. Daarnaast hebben de zangeres en haar partner onrechtmatige uitlatingen gedaan over Modern Entertainment die haar eer en goede naam schenden.

Uitlatingen over mastereigendom

Modern Entertainment wil dat het duo stopt met het doen van onjuiste uitlatingen over het eigendom van de muziekcatalogus. Ofwel: dat ze niet meer mogen zeggen dat het hun muziek is. Daarnaast zou het duo hebben gezegd dat er sprake is geweest van bedreiging door Modern Entertainment. Ook dat moet stoppen. Modern Entertainment wil daarom een zogenaamde ‘voorlopige voorziening’ waarin wordt geoordeeld dat het duo zich daar voorlopig (en meestal tot er een vonnis is) van moet onthouden.

Argumenten van de Noren

De Noorse zangeres en haar partner brengen onder meer naar voren dat deze rechtszaak en de gevolgen daarvan niet door de rechtbank kunnen worden beoordeeld en mocht de rechtbank toch wel bevoegd zijn, zij dat alleen is voor de werking van het vonnis in Nederland en dus niet voor zover de vorderingen zich uitstrekken buiten Nederland. Daarmee wordt het reikwijdte van de zaak beperkt, iets wat bij geschillen met een internationale uitwerking – zoals muziekgebruik via de DSP’s – natuurlijk een belangrijke rol speelt.

Incidenten

De rechtbank begint met het beoordelen van de zogenaamde ‘incidenten’. Dit zijn eigenlijk een soort ‘voorprocedures’ die nog niet echt over de kern van de zaak gaan, maar meer om de formaliteiten.

Bevoegdheidsincident

Allereerst komt het bevoegdheidsincident over de ‘rechtsmacht’ aan de orde. Het duo zegt eigenlijk: rechter, jij bent niet bevoegd om over deze zaak te oordelen, dan wel: rechter, jij mag alleen over Nederland oordelen.

Verdrag van Lugano

Omdat de gedaagden (het duo dat wordt aangeklaagd) in Noorwegen woont of gevestigd is, kijkt de rechtbank naar het Verdrag van Lugano. Dit verdrag bepaalt welke rechter in welk land een zaak mag behandelen als partijen in verschillende Europese landen wonen. Noorwegen hoort bij de landen die dit verdrag hebben ondertekend.

De hoofdsregel in dat verdrag (artikel 2) zegt: De rechter in het land waar de gedaagde woont, is bevoegd. Dat gaat dus om de ‘absoluut bevoegde rechtbank’. Dus normaal gesproken zou je naar een Noorse rechter moeten gaan, niet naar een Nederlandse.

Maar er zijn uitzonderingen. Volgens artikel 5 lid 3 van het Verdrag van Lugano mag je iemand ook voor een andere rechter dagen als het gaat om een onrechtmatige daad (zoals inbreuk op auteursrecht of schade door onrechtmatig gedrag). Dan mag de zaak dienen bij de plaats waar de fout is begaan (Handlungsort) of de plaats waar de schade is ontstaan (Erfolgsort).

Het Hof van Justitie van de EU (HvJEU) heeft hierover gezegd: Een rechter mag de zaak aannemen als a) het recht van dat land de schade beschermt (bijv. het Nederlandse auteursrecht), en b) de schade kan optreden in dat land. Dat is bijvoorbeeld zo als iets via een website of platform ook in Nederland toegankelijk is. De Nederlandse rechter mag dan alleen uitspraak doen over de schade die in Nederland is ontstaan, niet over schade in andere landen.

De rechter moet daarbij vervolgens voor elk onderdeel van de vordering apart bepalen of zij wel of niet bevoegd is om erover te oordelen.

Proceskosten over dit deel

Omdat beide partijen een beetje in het ongelijk zijn gesteld, besluit de rechter dat zij dan maar hun eigen kosten moeten dragen. 0-0 dus.

Verschil tussen absoluut en relatief bevoegde rechtbank

Dit gaat dus nog niet over de zogenaamde ‘relatief bevoegde rechtbank’. Bij dat vraagstuk kijk je naar welke specifieke rechtbank je moet gaan met je zaak. Hierbij speelt de woon- of vestigingsplaats van de gedaagde partij een belangrijke rol. Absolute bevoegdheid gaat dus over ‘welk land’ en relatieve bevoegdheid gaat over ‘welke rechtbank in welke plaats’.

Inbreuk op naburige rechten

Modern Entertainment zegt dat haar naburige rechten zijn geschonden. Naburige rechten zijn rechten van uitvoerende kunstenaars, producenten van geluidsopnames of omroepen, bijvoorbeeld het recht om te bepalen hoe hun opnamen worden gebruikt. De rechten staan opgesomd in de… Wet op de naburige rechten. Wow. Wel een keertje lezen! Is niet lang. Is wel nuttig. Goede voornemens, anyone?

De inbreuk waar Modern Entertainment over klaagt, gaat over het gebruik van ‘haar’ muziek op digitale platforms zoals Spotify, YouTube, Deezer, Apple Music en Amazon Music. Omdat die platforms ook in Nederland toegankelijk zijn, kan de Nederlandse rechter oordelen over die gestelde inbreuken. Maar: die bevoegdheid geldt alleen voor wat er in Nederland is gebeurd, dus; alleen voor de schade of inbreuk in Nederland.

Voor zover Modern Entertainment ook schade claimt te hebben geleden in andere landen, mag de Nederlandse rechter daar niet over oordelen. Daarom zegt de rechtbank: Wij zijn bevoegd voor de vorderingen over schending van naburige rechten in Nederland, maar niet voor de vorderingen die gaan over inbreuken buiten Nederland.

Vordering gebaseerd op intellectueel eigendom of onrechtmatige daad?

De vorderingen die niet gaan over schade of inbreuk, maar over wie de rechthebbende is op bepaalde opnamen, vallen niet onder het leerstuk van onrechtmatige daad, maar onder het leerstuk intellectueel eigendom. De uitzonderingsregel uit artikel 5 lid 3 van het Verdrag van Lugano (die voor onrechtmatige daden geldt) mag hier daarom niet worden gebruikt.

Dan geldt dus weer de hoofdregel van het verdrag: De rechter van het land waar de gedaagden wonen is bevoegd. In dit geval is dat dus Noorwegen. Daarom verklaart de Nederlandse rechtbank zich onbevoegd om over die onderdelen van de zaak te oordelen.

De Nederlandse rechter mag dus beslissen over inbreuken op naburige rechten voor zover die zich in Nederland voordoen. Voor vragen over wie de rechthebbende is op de muziek geldt de Noorse rechter als bevoegde rechter, niet de Nederlandse.

Onrechtmatige uitspraken

Modern Entertainment zegt dat de partner van de zangeres onrechtmatige uitspraken heeft gedaan. Die uitspraken stonden in e-mails uit mei 2024 aan mensen van Universal Music en Virgin Music. In die e-mails stond dat Modern Entertainment niet de wettelijke rechthebbende is op de betreffende muziekcatalogus en dat de bestuurder van Modern Entertainment iemand heeft bedreigd.

De zangeres en haar partner vinden dat alleen de Noorse rechter mag beoordelen of die uitspraken onrechtmatig zijn of gerectificeerd moeten worden, omdat de e-mails vanuit Noorwegen zijn verstuurd. Bovendien zeggen ze dat er geen band met Amsterdam is (de e-mails zouden daar niet zijn ontvangen of effect hebben gehad).

Modern Entertainment vindt juist dat de Nederlandse rechter ook iets te zeggen heeft, omdat haar belangen en reputatie vooral in Nederland heeft (het “centrum van haar belangen”), en de negatieve gevolgen van die e-mails ook in Nederland worden gevoeld.

Waar moet je dan procederen?

De rechtbank legt uit dat er in het recht onderscheid is tussen Handlungsort = de plaats waar de uitlating is gedaan (de actie zelf) en Erfolgsort = de plaats waar de schade of het effect wordt gevoeld. Het Handlungsort is hier Noorwegen, want daar zijn de e-mails verstuurd. De vraag is of het Erfolgsort (de plaats waar de schade voelbaar is) in Nederland ligt.

Het Hof van Justitie (HvJEU) heeft eerder gezegd:

  • Als het gaat om online publicaties (zoals websites of social media), ligt het Erfolgsort meestal in het land waar de betrokkene zijn belangen heeft (bijv. zijn reputatie of bedrijf).

Maar in dit geval ging het niet om iets dat online is gezet, maar om gewone e-mails. Dan geldt een andere regel, uit het zogenaamde Shevill-arrest van het Europees Hof van Justitie:

  • De rechter in elk land waar de reputatie is geschaad, mag de zaak behandelen,
  • maar alleen voor de schade die in dat land is ontstaan.

De rechtbank Amsterdam is daarom bevoegd om te oordelen over de schade die “ME” in Nederland heeft geleden, maar niet over schade die in andere landen is ontstaan.

Kort gezegd:

  • De e-mails met negatieve uitspraken kwamen uit Noorwegen.
  • De Nederlandse rechter mag oordelen alleen over de schade die in Nederland is ontstaan door die e-mails.
  • Voor schade buiten Nederland moet ME naar de Noorse rechter.
  • Beide partijen betalen hun eigen advocaatkosten.

Wat is een voorlopige voorziening?

Modern Entertainment had ook nog om een voorlopige voorziening gevraagd. Een voorlopige voorziening is een tijdelijke maatregel die de rechter kan nemen terwijl een rechtszaak nog loopt. Die mogelijkheid staat in artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (“Rv“). Dat mag alleen als:

  1. De voorlopige maatregel samenhangt met de hoofdzaak (dus over hetzelfde onderwerp gaat).
  2. De partij daar voldoende belang bij heeft (er moet een echt, actueel probleem zijn).

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank mag wel over dit verzoek beslissen, omdat ze ook bevoegd is in de hoofdzaak voor de onrechtmatige uitlatingen. Maar de rechter kijkt ook goed naar het belang bij de maatregel. Zij is echter van mening dat dat belang er niet is in dit geval. De e-mails met de vermeend onrechtmatige uitspraken zijn van mei 2024. Er zijn geen nieuwe uitlatingen geweest daarna. Omdat er dus geen recent of dreigend gedrag meer is dat gestopt moet worden, heeft Modern Entertainment geen actueel belang bij een voorlopige maatregel. Daarom wijst de rechter het verzoek af.

Dergelijke kunnen soms best lastig te verkroppen zijn. Ik heb ook weleens een zaak meegemaakt dat de tegenpartij simpelweg zei dat hij iets niet meer ging doen en de rechter hem op zijn blauwe ogen geloofde. En wat denk je? Een maand later, precies hetzelfde gedoe. Ik denk dan: ach, waarom zou je dan niet gewoon iemand verbieden? Als iemand het niet doet, is er niets aan de hand. Doet ‘ie het wel, dan is er een voorzien probleem met een voorziene consequentie. Maar goed…

Proceskosten

Omdat Modern Entertainment op dit punt in het ongelijk is gesteld, moet zij de proceskosten betalen van de tegenpartij. Het duo vroeg vergoeding van alle gemaakte kosten op grond van het eerder genoemde artikel 1019h Rv, maar artikel 1019h Rv geldt voor zaken over intellectuele eigendom en het gaat hier om onrechtmatige daad. Daardoor is het artikel hier niet van toepassing. Daarom rekent de rechtbank volgens het gewone systeem (liquidatietarief):

  • € 614,00 aan proceskosten (1 punt, tarief onbepaalde waarde)
  • plus € 178,00 aan nakosten
  • met daarover wettelijke rente als er te laat wordt betaald.

Formele aspecten vaak vergeten

Met de formele aspecten van een rechtszaak wordt doorgaans geen rekening gehouden. Als je bedenkt dat de dagvaarding in deze rechtszaak van 30 januari 2025 is en de uitspraak in incident pas op 10 december 2025 heeft plaatsgevonden, dan zie je dat dergelijke trajecten lang duren. Gedaagden mogen op 21 januari 2026 hun verweer indienen via een zogenaamde ‘conclusie van antwoord’ en daarna volgt waarschijnlijk nog een zitting, eventueel gevolgd door nog een schriftelijke ronde of aanvullende bewijslevering. Pas lang daarna komt het vonnis. Hiermee zijn partijen dus nog wel even bezig, met alle kosten van dien.

Vragen over een rechtszaak?

Heb je vragen over een mogelijke rechtszaak? Neem gerust contact op. Wij zitten klaar om je snel en goed op weg te helpen.

Dit bericht delen:

Facebook
Twitter
LinkedIn
Pinterest
Reddit
Tumblr
WhatsApp
Email

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

SANDER PETIT LL.M

Contact opnemen met Sander Petit - De Dance-Advocaat
Foto: Wouter Wolfkamp (Nortoir)

RECENTE BERICHTEN

SOCIALS