Rapper Ronnie Flex tekende begin 2012 een artiestenovereenkomst met Top Notch. Na een tijdje kregen partijen ruzie over onder meer het aantal albums dat de rapper moest aanleveren, de verdeling van royalty’s en het eigendom van de masterrechten.
Ronnie Flex stapte naar de rechter en vorderde onder meer dat de overeenkomst werd vernietigd. De rechtbank wees eerder al zijn vorderingen af. Ik schreef dit artikel over de bodemprocedure in eerste aanleg en dit artikel over het beoordelingskader van de rechter. Maar goed; de eerste wedstrijd werd door Flex verloren. Daarop ging hij in hoger beroep.
Het Gerechthof Amsterdam heeft in haar arrest van 5 augustus 2025 bepaald dat het album NORI het laatste album is dat onder de labeldeal valt. Verder oordeelt het Gerechtshof dat Ronnie Flex niet genoeg heeft aangetoond dat hij mastereigenaar is volgens de wet.
Ik bespreek hieronder deze landmark case uit de Nederlandse muziekindustrie. Waar ging het mis en waarom won Martin Garrix bijvoorbeeld wel in zijn zaak, die over hetzelfde leek te gaan?
Even terug in de tijd
- De rapper en het platenlabel sloten in 2012 een artiestenovereenkomst op grond waarvan Top Notch de muziek van Ronnie Flex exclusief mocht exploiteren in ruil voor een aandeel in de exploitatieopbrengsten a.k.a. royalty’s.
- In het kader van die deal moest de rapper ook aftikken: 50% van de netto-inkomsten uit sponsoring en 10% over de bruto-inkomsten uit liveoptredens.
- In 2015 is de artiestenovereenkomst aangevuld met een ‘addendum’. In dit addendum werden nieuwe royaltyafspraken gemaakt over het tweede album van de rapper.
- Vanaf 2017 tot en met 2020 hebben partijen onderhandeld over de financiële aspecten van hun deal. Dit ging met name over de hoogte van de royalty’s en de budgettaire bijdragen aan videoclips. Masterrechten gaan niet over videoclips, want in beginsel zijn masters alleen geluidsopnamen. Contractueel kun je daarvan afwijken. Sorry, ik dwaal af: terug naar de feiten.
- De advocaat van Ronnie Flex heeft de artiestenovereenkomst in augustus 2020 vernietigd op grond van dwaling en ontbonden wegens een tekortkoming in de nakoming van die overeenkomst door Top Notch.
- Top Notch heeft in 2022 met terugwerkende kracht verbeteringen doorgevoerd in de artiestenovereenkomst van Ronnie Flex. Als gevolg van deze aanpassingen kreeg de rapper vanaf de ingangsdatum een royaltyvergoeding van 20% (als artiest) en 5% (als producer), ongeacht in welk land inkomsten worden gegenereerd. Ook worden er geen technische kosten meer afgetrokken en is geen sprake van een break voor inkomsten uit het buitenland. Slim en sluw.
Inzet van de bodemprocedure in eerste aanleg
Ronnie Flex heeft in eerste aanleg vorderingen ingesteld gericht op, kort samengevat:
- Vernietiging of het buiten toepassing verklaren van (bepalingen van) de Overeenkomst en de Algemene Bepalingen;
- Ontbinding van de Overeenkomst;
- Wijziging van de rechtsgevolgen van de Overeenkomst;
- Een verklaring voor recht dat de Overeenkomst per 14 mei 2016, althans een door de rechtbank te bepalen datum, is geëindigd;
- Een verklaring voor recht dat hij fonogrammenproducent is van de opnamen van zijn uitvoeringen;
- Met veroordeling van Top Notch om medewerking te verlenen om Ronnie Flex zijn masters zelf te laten exploiteren;
- Veroordeling van Top Notch in de proceskosten.
De rechtbank heeft dit afgewezen in haar vonnis van 17 januari 2024 en de rapper veroordeeld in de proceskosten van Top Notch. Helaas voor Top Notch wordt dit in dit soort zaken ‘forfaitair’ vastgesteld, dus aan de hand van een vast punten- en tariefsysteem. Ze kreeg daarom slechts € 1.872,00 toegewezen. De daadwerkelijke kosten liggen vele malen hoger.
Inzet van het hoger beroep
Ronnie Flex heeft 6 ‘grieven’ aangevoerd tegen het vonnis van de eerste rechter. Grieven zijn de redenen en onderbouwing waarom je het niet eens bent met dat vonnis. Wil je meer weten over het hoger beroep? Check dan deze handige pagina van de Rechtspraak.
Kort samengevat vordert Ronell Plasschaert, zoals Ronnie Flex in het echt heet:
- Vernietiging van de overeenkomst (of onderdelen daarvan) wegens strijd met de wet of redelijkheid en billijkheid;
- Het vaststellen van een einddatum voor de overeenkomst;
- Vernietiging of buiten toepassing verklaren van diverse contractbepalingen van Top Notch;
- Dat Top Notch opbrengsten en kosten uit exploitatie volgens bepaalde verdelingen aan hem afdraagt;
- Erkenning als (mede-)fonogrammenproducent en medewerking bij collectieve rechtenorganisaties;
- Betaling van bedragen en rente vanwege onterechte verrekeningen;
- Een dwangsom bij niet-naleving;
- Vergoeding van proceskosten.
Vernietiging van de artiestenovereenkomst
De rapper stelt dat hij de overeenkomst niet zou hebben gesloten als hij correct was geïnformeerd. Hij had een verkeerde voorstelling over:
- Exclusiviteitsperiode – Deze hing af van onzekere toekomstige factoren die Top Notch eenzijdig kon beïnvloeden;
- Exploitatieperiode – Appellant droeg zijn naburige rechten over of verleende een eeuwigdurend exploitatierecht voor opnamen tijdens de contractperiode;
- Kostenverdelingen – Deze waren volgens hem onevenredig.
Dwaling
Je kan een overeenkomt vernietigen als deze door ‘dwaling’ tot stand is gekomen. Er is sprake van dwaling als een overeenkomst is gesloten op basis van een onjuiste voorstelling van zaken. Dit betekent dat als de partij die dwaalt een juiste voorstelling van de situatie had gehad, de overeenkomst niet, of niet onder dezelfde voorwaarden, zou zijn gesloten.
Zo’n beroep op een zogenaamd ‘wilsgebrek’ vanwege ‘dwaling’ en ‘misbruik van omstandigheden’ zou betekenen dat de overeenkomst met terugwerkende kracht wordt geacht nooit te hebben bestaan.
De rapper vond daarbij dat Top Notch haar verantwoordelijkheid en mededelingsplicht heeft verzaakt door hem niet te adviseren om juridische bijstand te zoeken of zelf de belangrijkste rechtsgevolgen van de overeenkomst uit te leggen. Ik blijf dit een zwak argument vinden. Dit is als artiest en ondernemer gewoon je eigen verantwoordelijkheid. Daarnaast had Ronnie Flex een manager die hem daarover had moeten adviseren of extern advies had moeten inschakelen. Een verkeerde voorstelling van zaken is iets anders dan spijt.
De raadsheren van het hof gaan niet mee in de eerste grief en het verzoek tot vernietiging van de overeenkomst wordt dus (terecht) weer afgewezen. Zij motiveren dat door de artikelen en verlengingsopties door te nemen en te kijken naar de overdracht van rechten. Die bepalingen zijn volgens het hof helder genoeg.
Wat hierbij wellicht op aan te merken is, is dat de optieregeling qua duur discutabel is. Ja, er staat in genoemd dat er 4 opties zijn en dat het looptijd eindigt 18 maanden na release van het laatste album. Wat daarin onduidelijk blijft, is wanneer de artiest het album aflevert én wanneer dit wordt uitgebracht door het label. Als de artiest over dat laatste niets te zeggen heeft, blijft dat onbepaald. De motivatie van het hof is op dit punt niet heel uitgebreid, vind ik:
“5.4. Uit de aard van de wederzijdse prestaties – het uitbrengen van door [appellant] te creëren muziek – en de aan Top Notch verleende optierechten, volgt dat van tevoren niet zeker was wanneer de Overeenkomst uiteindelijk zou eindigen, en dat de duur, de verlenging en het einde van de Overeenkomst in zekere mate door beide partijen kon worden beïnvloed.”
Geen verplichting tot juridische bijstand of uitleg
Het hof oordeelt ook dat Top Notch geen mededelingsplicht had op grond van de redelijkheid en billijkheid. Zij hoefde de artiest dus niet te adviseren om juridische bijstand in te schakelen. Dat zie je in de praktijk natuurlijk wel vaak voorkomen. In UK en US deals zelfs met een ruime vergoeding (via een voorschot) van juridische kosten. Top Notch hoefde van het hof ook niet zelf nog eens de belangrijkste rechtsgevolgen van de Overeenkomst te bespreken. De overeenkomst was duidelijk genoeg wat er zou gaan gebeuren, zeker als het aankomt op de overdracht van rechten en exploitatieperiode. Over de duidelijkheid van die opties, daar valt over te twisten of dat allemaal zo klip en klaar was, maar goed, niet genoeg om Top Notch te verplichten tot het adviseren tot bijstand of het geven van uitleg.
Daarmee faalt het beroep op dwaling van Ronnie Flex.
Geen misbruik van omstandigheden
Uit het voorgaande volgt ook dat de gestelde onwetendheid en onervarenheid van de jonge artiest niet kan worden gekwalificeerd als bijzondere context die een beroep op misbruik van omstandigheden rechtvaardigen. Dit beroep vereist namelijk dat Top Notch wist of had moeten begrijpen dat de rapper door deze omstandigheden werd bewogen tot het accepteren van de Overeenkomst en dat zij hem hiervan had moeten weerhouden.
Daarmee faalt ook het beroep op misbruik en dwaling.
Tips voor artiesten:
- Check goed of je manager weet waar hij/zij/hen het over heeft en laat je adviseren door een specialist. Gaat het over belasting? Ga naar een boekhouder, accountant of fiscalist! Gaat het over rechten? Ga naar een gespecialiseerde advocaat!
- Leg de achtergrond en het doel van de samenwerking goed vast. Dit doe je in een ‘considerans’. Dat is het stukje “nemen in overweging dat” of iets van die strekking. Dit geeft context bij een deal en biedt houvast voor de uitleg ervan.
Duur van de artiestenovereenkomst
Ronnie Flex doet met betrekking tot de duur van de deal een beroep op het Auteurscontractenrecht. Het gaat specifiek om de artikelen 25f lid 1 Auteurswet (Aw) en artikel 2b Wet op de naburige rechten (Wnr). Deze artikelen geven het recht een beding (= artikel uit de overeenkomst) te vernietigen als (bijvoorbeeld) de duur onvoldoende bepaald is of als deze onredelijk lang of onredelijk bezwarend is.
De regeling is ooit bedacht om de balans te herstellen tussen de zwakkere creative en de vaak sterkere exploitant. Ondanks dat de nieuwe regels al sinds 2015 gelden, zie ik nog best vaak bepalingen in contracten staan die inmiddels achterhaald en ‘verboden’ zijn. Punt is dat de wet beschrijft dat de bepalingen ‘vernietigbaar’ zijn, wat dus een actieve handeling van de artiest vereist. Niet iedere artiest kan, wil of durft die stap te maken. En als je er niets vanaf weet, dan weet je ook niet wat niet mag.
Volgens de toelichting op de wet is het aan de rechter om aan de hand van de omstandigheden van het geval te beoordelen wanneer in het concrete geval aan de voorwaarden voor vernietigbaarheid is voldaan; relevante omstandigheden kunnen zijn de leeftijd van de maker bij het aangaan van de overeenkomst, de duur van de exploitatieovereenkomst en de tegenprestatie die de maker van de exploitant ontvangt.
Als je echt van de hoed en de rand wil weten, lees dan eens deze wetsevaluatie en dan met name pagina 52 e.v. over Artikel 25f Aw (onredelijk bezwarende bedingen).
Voldoende bepaald
Het hof vindt dat de artiestenovereenkomst van Ronnie Flex qua duur voldoende bepaalbaar was. Top Notch had 4 opties voor opvolgende albums. Deze bepalingen geven bij het aangaan weliswaar geen zekerheid over het moment waarop de deal zou eindigen, en dus over de precieze periode waarin Top Notch aanspraak kan maken op exploitatie van toekomstige tracks van Flex, maar dat betekent niet dat deze periode helemaal onvoldoende bepaald is. Het was dus geen open einde, maar er was ook geen vooraf exact te bepalen einde.
Ronnie Flex zei 10 tot 15 maanden nodig te hebben voor een album en na release van dat album loopt het contract dan dus nog 18 maanden door. Binnen die termijn van 18 maanden moet Top Notch een optie inroepen. Wat niet beschreven staat, is de termijn waarbinnen Top Notch een album moet uitbrengen. Desalniettemin vindt het hof dat de duur voldoende bepaald is, omdat het dus telkens maximaal 18 maanden na de release van een album zou duren en Ronnie Flex op zich kon afdwingen dat de albums zouden worden uitgebracht.
Niet onredelijk lang, onredelijk bezwarend of onaanvaardbaar
Het hof vindt ook dat een deal van in totaal maximaal 8 jaar niet onredelijk lang is. De rapper heeft gesteld dat een overeenkomst met een beginnend artiest maximaal 3 jaar zou mogen duren. Het schort op dit punt wel aan de onderbouwing van die stelling van Ronnie Flex, dus het is jammer dat ik die niet helemaal kan wegen. Daarbij speelt het wel een rol dat Ronnie gedurende de exploitatieperiode (forever) een royalty blijft ontvangen. Het hof wijst dit punt dan ook af.
Hierbij moet wel worden bedacht dat de exploitatietermijn iets anders is dan de duur van de artiestenovereenkomst. Het eerste ziet toe op de vraag hoe lang de rechten mogen worden geëxploiteerd en het tweede ziet toe op de vraag hoe lang de artiest exclusief aan het label verbonden is en zijn rechten daaraan moet overdragen.
Wanneer eindigde de artiestenovereenkomst?
Een ander punt van discussie betrof de einddatum van de overeenkomst en de gevolgen van die beëindiging. De artiest beweerde dat het contract was beëindigd op 15 januari 2016 (na levering van 48 opnames voor 4 albums) of uiterlijk 17 juli 2016 (na 4 jaar looptijd). Het hof oordeelde echter dat volgens artikel 2 van het contract de einddatum wordt bepaald door “18 maanden na release van het laatste album”, niet door het aantal geleverde opnames.
Het hof analyseerde daarbij welke albums onder het contract vielen:
- Album 2 (2014): eerste album onder contract
- Album 1 (2015): discussie of dit als tweede album telt
- Album 5 (2016): beide partijen eens dat dit niet als album van Ronnie Flex telt
- Album 3 (2017) en Album 4 (2018): laatste albums onder contract
Conclusie: Het contract eindigde op 22 september 2019 (18 maanden na uitbrenging Album 4 in maart 2018).
Tip: het ging er in deze zaak onder meer om of je singles kon laten meetellen voor albums. Dat was hier niet zo, maar je zou daar wel bewust een keuze over kunnen maken.
Er is dan nog discussie over verrekening en de financiële gevolgen van de beëindiging. Dit ging onder meer over een (onterechte) verrekening van kosten voor het zesde album van de rapper en de betalingen over live optredens en sponsoring, maar dat stuk laat ik voor nu even achterwege. Check rechtsoverweging 5.26 en verder van het arrest, als je daarover wil lezen.
Overdracht van naburige rechten en exploitatie
Het wordt nu een beetje spijkers op laag water zoeken, zo lijkt het, als de rapper stelt dat de overdracht van rechten niet duidelijk was.
“Het hof overweegt dat uit artikel 7 lid 1 van de Algemene Bepalingen volgt dat [appellant] zijn rechten als uitvoerend kunstenaar met betrekking tot de krachtens de Overeenkomst gemaakte opnamen aan Top Notch overdraagt. In artikel 8 lid 1 van de Algemene Bepalingen is bepaald wat de gevolgen zijn van die overdracht, namelijk dat aan Top Notch het recht toekomt om de desbetreffende opnamen eeuwigdurend te exploiteren. De inhoud van deze bepalingen is dus niet tegenstrijdig, onduidelijk of onbegrijpelijk.”
Ronnie Flex heeft ook nog geprobeerd om de overdracht terug te draaien door per 1 januari 2025 of na tien jaar exploitatie op te zeggen. Zo werkt dat niet. Deze opzegging is volgens het hof in strijd met de in artikel 8 lid 1 bepaalde duur van het exploitatierecht, zodat aan de gestelde opzegging geen gevolg toekomt. Eeuwigdurende exploitatierechten zijn gewoon toegestaan en niet per se onredelijk.
Is Ronnie Flex mastereigenaar?
Deze vraag speelde ook al in de zaak in eerste aanleg (en bij Martin Garrix). Het hof bespreekt de maatstaf die moet worden getoetst:
“Het hof stelt voorop dat onder ‘producent van fonogrammen’ wordt verstaan de natuurlijke of rechtspersoon die een fonogram voor de eerste maal vervaardigt of doet vervaardigen (artikel 1, aanhef en onder d Wnr). Blijkens de wetsgeschiedenis staat in deze definitie het vervaardigen centraal. Dit begrip moet zodanig worden uitgelegd dat de persoon die de organisatie van de eerste opname op zich neemt en die daarvoor de financiële verantwoordelijkheid heeft, als de fonogrammenproducent wordt aangemerkt (Hoge Raad 17 december 2021, ECLI:NL:HR:2021:1923).”
Argumenten Ronnie
Ronnie Flex stelt in het kort:
- Organisatie eerste vastlegging: Ik nam de organisatie van de eerste vastlegging van alle opnamen op me
- Initiatief en regie:
- Iedere opname begon bij mijzelf
- Ik nam altijd zelf het initiatief om te bepalen met welke featureartiest(en) en producer gewerkt zou worden
- Creatief proces:
- Eerste vastleggingen werden samen met [naam 3] of andere producers gerealiseerd
- Tijdens het creatieve proces vonden de eerste opnamen gelijktijdig plaats
- Deze werden door mijzelf vervaardigd zonder bemoeienis van Top Notch
- Contractuele verantwoordelijkheid: Volgens artikel 9.1 van de Overeenkomst was het mijn verantwoordelijkheid om de opnamen te produceren
- Financiële verantwoordelijkheid: Ik was zelf financieel verantwoordelijk voor het realiseren van de opnamen
Dit lijstje is wat verder uitgewerkt in mijn eerste artikel over deze zaak.
Beoordeling door het hof
Het hof verwerpt ook deze claim van de rapper en voert het volgende aan:
- Contractuele bepalingen spreken tegen de rapper:
- Artikel 3.1 Overeenkomst: Top Notch vervaardigt de opnamen
- Artikelen 2.1 en 3 Algemene Bepalingen: Exclusief recht om opnamen te maken is aan Top Notch verleend
- Appellant mag zelf geen opnamen voor eigen rekening vervaardigen
- Artikel 7.1 bevestigt Top Notch als fonogrammenproducent
- Organisatie eerste opnamen:
- Artikel 2.4: Keuze van producers gebeurt in overleg, maar Top Notch heeft bindende stem
- Top Notch schakeldeproducers in (waaronder [naam 3]) via eigen contracten
- Alle producers droegen hun rechten over aan Top Notch
- Ook Plasschaert’s rechten gingen conform artikel 9.2 naar Top Notch over
- Argumenten over het organiseren van een schrijverskamp zijn onvoldoende onderbouwd door de rapper. Duidelijk wordt dat juist Top Notch de lasten droeg: organiseerde kamp, bouwde studio, schakelde technici in. Ten aanzien van het vijfde album was het hof onverbiddelijk:
“Appellant’s stellingen missen concrete onderbouwing.”
- Financiële verantwoordelijkheid:
- Flex’s investering in thuisstudio bewijst niet financiële verantwoordelijkheid voor contractopnamen
- Top Notch droeg aanzienlijke kosten: studiohuur, producer fees, mixing, mastering
- Royalty-verdeling bewijst niet dat de muzikant producerkosten droeg
- Top Notch nam daadwerkelijk financiële verantwoordelijkheid zoals contractueel voorzien
Ronnie Flex is geen fonogrammenproducent
Grief VI faalt – de rapper slaagt er niet in te bewijzen dat hij (en niet Top Notch) fonogrammenproducent was. Top Notch krijgt dus gelijk en is producent van fonogrammen / fonogrammenproducent / mastereigenaar.
Verschil met de zaken van Martin Garrix
Het grote verschil met de Garrix-zaak is dat de dj / producer zelf alle tracks bedacht, maakte en aanleverde. Daar zie je toch bij elektronische muziek een ander proces. Niet alleen qua initiatief, maar vooral ook qua productie, samenwerkingen met derden en financiële aspecten. Daarnaast heb ik het idee (zonder de stukken te hebben gezien en alleen gebaseerd op de uitspraken en arresten) dat team Garrix de zaak beter kon onderbouwen dan team Flex dat kon. Maar goed, zoals gezegd: soms moet je roeien met de riemen die je hebt.
Conclusie
Het enige deel dat Ronnie Flex deels wint, is dat de overeenkomst is geëindigd op 22 september 2019.
Omdat de rapper in beide procedures grotendeels in het ongelijk is gesteld, moet hij de proceskosten van Top Notch betalen. In hoger beroep betrof dat € 4.440. De werkelijke kosten bedragen natuurlijk veel meer, maar in rechtszaken hoeven doorgaans niet alle juridische kosten te worden vergoed.
Dat is dan zo’n beetje het enige waar Ronnie Flex goed mee wegkomt.
De rapper kan binnen 3 maanden na vandaag (5 augustus 2025) cassatie instellen bij de Hoge Raad. De Hoge Raad toetst niet aan de feiten, maar kijkt alleen naar de vraag of er vormfouten zijn gemaakt en of het recht goed is toegepast. Overigens accepteert de Hoge Raad niet alle zaken. Het blijft dus misschien nog even spannend.
Vragen over de zaak tussen Ronnie Flex en Top Notch of over artiestencontracten in het algemeen?
U weet mij te vinden.


